Uitspraak van de maand april
Deze uitspraak van de maand gaat over een gz-psychologe. De betrokken partijen kregen zoals gebruikelijk de gelegenheid om onder leiding van een secretaris van het regionaal tuchtcollege met elkaar in gesprek te gaan maar hiervan maakte de gz-psychologe geen gebruik. Toen de cliënt zijn klacht introk, besloot het regionaal tuchtcollege dat het voor algemeen belang goed was de klacht toch voort te zetten.
Samenvatting
De gz-psychologe staat op het moment van de zitting niet meer ingeschreven in het BIG-register. De inspectie verwijt haar dat zij grensoverschrijdend heeft gehandeld in het contact met een cliënt. Het regionaal tuchtcollege Amsterdam verklaart de klacht grotendeels gegrond en oordeelt dat zij, als zij zich weer in het BIG-register zou willen inschrijven, aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Het Centraal Tuchtcollege legt in hoger beroep een definitieve doorhaling in het BIG-register op, zonder mogelijkheid tot herinschrijving.
Situatie
De cliënt is in de periode mei 2015 tot en met november 2015 in behandeling geweest bij de gz-psychologe, als onderdeel van zijn behandeling bij een psychiater. In september 2015 stuurt de cliënt een e-mail aan de gz-psychologe, waarin hij aangeeft verliefde gevoelens voor haar te hebben ontwikkeld. Deze gevoelens worden vervolgens besproken in de therapie, waarna deze lijken te verdwijnen of in ieder geval minder aanwezig zijn. Als de gevoelens begin november weer terugkomen, beëindigt de gz-psychologe de behandelrelatie en draagt de behandeling over aan een collega. Een dag na het beëindigen van de behandelrelatie is er op initiatief van de cliënt een e-mailwisseling en vanaf dat moment ontstaat er gedurende enkele maanden een intensief contac via whats app en e-mail waarbij ook privéfoto's worden gedeeld. Er zijn drie persoonlijke afspraken waarbij eenmaal de minderjarige dochter van de gz-psychologe aanwezig is. Na die eerste maanden van intensief contact is er gedurende enkele jaren sprake van minder intensief en onregelmatig contact.
Op 6 januari 2023 is de gz-psychologe doorgehaald in het BIG-register, omdat zij ervoor gekozen heeft de termijn voor de herregistratie te laten verlopen.
Klachtonderdelen
De inspectie verwijt de gz-psychologe dat zij ernstig grensoverschrijdend heeft gehandeld door direct na het beëindigen van de behandelrelatie gedurende lange tijd intensief privécontact met de cliënt te onderhouden. Bovendien heeft zij behandelinformatie over andere cliënten met de cliënt gedeeld en haar geheimhoudingsplicht geschonden.
De gz-psychologe heeft aangevoerd dat in haar beleving geen sprake is geweest van grensoverschrijdend handelen. Zij heeft de behandeling tijdig overgedragen aan een collega en het privécontact heeft plaatsgevonden na het beëindigen van de behandelrelatie. Het voortzetten van het contact was volgens haar nodig om een terugval van de voormalige cliënt in eenzaamheid en de daardoor veroorzaakte pijn te voorkomen. Zij wilde hem de gelegenheid geven te oefenen in het opbouwen van verbinding, met het doel dat hij dit ook zou kunnen opbouwen met anderen. Zij heeft dit besproken met de behandelend psychiater en de opvolgende gz-psycholoog. Die vonden dat volgens de gz-psychologe een goed idee.
Overwegingen en oordeel regionaal tuchtcollege
In het algemeen geldt binnen een behandelrelatie dat de cliënt of patiënt zich in een afhankelijke positie bevindt ten opzichte van de zorgverlener. Daarom mag vanuit een oogpunt van goede zorg van een vriendschappelijke of intieme relatie tussen beiden geen sprake zijn. Het is aan de zorgverlener om de grenzen van de behandelrelatie te bewaken.
Vast staat dat er tussen de cliënt en de gz-psychologe direct na het beëindigen van de behandelrelatie intensief persoonlijk contact is ontstaan.
Het regionaal college stelt alles overwegende vast dat de gz-psychologe de geldende professionele grenzen ernstig heeft overschreden. Zij heeft de behandelrelatie weliswaar correct beëindigd en de behandeling aan een andere gz-psycholoog overgedragen, maar niet gebleken is dat zij zich daarna, bij het aangaan van de persoonlijke relatie, ervan heeft vergewist dat de voorgaande professionele relatie geen onevenredige betekenis meer had.
Gelet op de kort voor de beëindiging van de behandelrelatie opnieuw door de cliënt geuite verliefdheidsgevoelens had de gz-psychologe moeten weten dat die behandelrelatie nog steeds een grote rol speelde. De ongelijkwaardige behandelrelatie werkte duidelijk door in de persoonlijke relatie; de gz-psychologe had door haar inhoudelijke kennis overwicht in de relatie waardoor de cliënt zich afhankelijk van haar bleef voelen.
De gz-psychologe is diep doorgedrongen in het privéleven van de cliënt door de zeer grote hoeveelheid WhatsAppberichten, die bovendien gedurende de eerste drie maanden vrijwel ononderbroken over en weer werden gestuurd en waarin heel vaak indringend gevoelens en andere kwesties werden geanalyseerd. Op de momenten dat de cliënt aangaf dat hij het contact liever wilde beëindigen, heeft de gz-psychologe deze gelegenheden niet aangegrepen om het contact daadwerkelijk te stoppen. Dat de cliënt terugkwam op zijn wens maakt dat niet verschoonbaar. Door het handelen van de gz-psychologe heeft zij de cliënt in zijn autonomie en zijn recht op privacy geschaad en daarmee onvoldoende respect getoond voor zijn fundamentele rechten en waardigheid. Door haar handelwijze heeft zij ook het vertrouwen in de psychologiebeoefening geschaad.
De klacht is gegrond.
Het college stelt aan de hand van de berichtenwisseling vast dat de gz-psychologe ook haar beroepsgeheim heeft geschonden. De gz-psychologe deed namelijk mededelingen aan de cliënt over andere (al dan niet voormalige) cliënten van haar of van een tbs-afdeling waar zij stage had gelopen.
Het college heeft geen seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen vaststellen, dit klachtonderdeel is ongegrond.
Maatregel regionaal tuchtcollege
De gz-psychologe staat niet meer ingeschreven in het BIG-register. Dat betekent dat het opleggen van de maatregel van schorsing niet mogelijk is. Het college legt daarom, en gelet op de ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbare handelen, aan de gz-psychologe de maatregel op van ontzegging van het recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven (artikel 48 lid 4 Wet BIG). Gelet op de relatief jonge leeftijd van de gz-psychologe en het feit dat zij zich toetsbaar heeft opgesteld, ziet het regionaal tuchtcollege aanleiding om de maatregel voorwaardelijk op te leggen, met als bijzondere voorwaarden dat de gz-psychologe gedurende de proeftijd van twee jaar een behandeling bij een erkende leertherapeut zal volgen en daarbij de aanwijzingen opvolgt zoals hierna geformuleerd. Indien de gz-psychologe een dergelijke therapie gaat volgen en goed afrondt, dan blijft daarmee de mogelijkheid bestaan om in haar toekomstige loopbaan desgewenst het beroep van gz-psycholoog opnieuw uit te oefenen. Mocht zij niet voldoen aan de bijzondere voorwaarden, dan verliest zij definitief het recht om zich opnieuw als gz-psycholoog in het BIG-register in te schrijven.
Hoger beroep
De gz-psychologe is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog in het geheel ongegrond te verklaren en te volstaan met een waarschuwing of met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
De inspectie heeft verweer gevoerd en tevens incidenteel beroep ingesteld. Zij is van mening dat de opgelegde maatregel wettelijke grondslag mist en dat een verbod op weder inschrijving in deze situatie meer passend is.
Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat het de gz-psychologe nog steeds aan voldoende zelfinzicht ontbreekt. Weliswaar heeft zij enigszins gereflecteerd op de vraag hoe dit alles heeft kunnen gebeuren, maar zij blijft in beroep volharden dat zij correct en in het belang van de cliënt heeft gehandeld. De hierboven beschreven proceshouding van de gz-psychologe in samenhang bezien met de aard, inhoud en duur van het intensieve contact dat de gz-psychologe onderhield met de cliënt direct na het beëindigen van de behandelrelatie, alsmede de omstandigheid dat de gz-psychologe op de momenten dat de cliënt aangaf dat hij het contact liever wilde beëindigen niet heeft aangegrepen om het contact daadwerkelijk te stoppen, maakt dat niet kan worden volstaan met een lichtere maatregel dan een verbod op weder inschrijving. Hierbij weegt het Centraal Tuchtcollege ook de vastgestelde schending van het beroepsgeheim mee. De door de gemachtigde ter zitting aangehaalde jurisprudentie leiden het Centraal Tuchtcollege niet tot een ander oordeel.
Maatregel in hoger beroep
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover aan de gz-psychologe de maatregel van voorwaardelijke ontzegging van het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven; en doet voor dat deel opnieuw recht: ontzegt de gz-psychologe het recht om opnieuw in het BIG-register ingeschreven te worden en legt aan de gz-psychologe, als zij op het moment van de uitspraak weer in het BIG-register is ingeschreven, de maatregel op van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register.
- Uitspraak en maatregel: ontzegging van het recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven
- Datum uitspraak: 2 april 2025
- Lees hier de volledige uitspraak
Toelichting door de NVP
In de uitspraak worden – vanwege het beroep van de aangeklaagde professional - diverse artikelen geciteerd uit de Beroepscode voor Psychologen. De Beroepscode voor Psychotherapeuten heeft over het aangaan van een relatie anders dan een behandelrelatie artikelen met een gelijke strekking:
Artikel II.1.1 De psychotherapeut zal gedurende de behandeling geen andere relatie dan een behandelingsrelatie met de cliënt hebben.
Tevens impliceert deze bepaling dat, gedurende de behandeling, het optreden van de psychotherapeut in de relatie tot zijn cliënt geen ander doel dient dan dat van de behandeling.
Artikel II.1.3 Bij het aangaan van een persoonlijke relatie na afloop van de professionele relatie zal de psychotherapeut steeds het belang van de cliënt respecteren in die zin, dat hij zich ervan vergewist dat de eerdere professionele relatie geen onevenredige betekenis meer heeft. Zo nodig kan hij bij toetsing van zijn optreden, bijvoorbeeld bij een door een voormalige cliënt ingebrachte klacht, aannemelijk maken dat hij zich van het bestaan van deze mogelijkheid rekenschap heeft gegeven.
In de Beroepscode voor Psychotherapeuten wordt bij artikel II.5.1 (p. 17) geen termijn genoemd voor een afkoelperiode. Ook in de jurisprudentie gaat het niet om de duur van de afkoelingsperiode, maar steeds om de vraag in hoeverre de eerdere behandelrelatie doorklinkt in de persoonlijke (al dan niet seksuele) relatie daarna. Bepalend is of er sprake is van ‘enige vorm van op de vroegere behandelrelatie terug te voeren afhankelijkheid’. Dat is ook het juridisch criterium.
(Zie o.a. http://www.gzr-updates.nl/commentaar/GZR_2018_0004.pdf)
Eerdere uitspraken van de maand over persoonlijk en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens of na afsluiting van de behandeling:
- Uitspraak van de maand maart 2025
- Uitspraak van de maand juni 2024
- Uitspraak van de maand juli 2023
- Uitspraak van de maand september 2022
- Uitspraak van de maand januari 2022
- Uitspraak van de maand september 2021
- Uitspraak (1) van de maand september 2019
- Uitspraak (2) van de maand januari 2019
Over de rubriek
In 'de uitspraak van de maand' geven we een korte samenvatting van een tuchtzaak die recent of soms al wat langer geleden door het tuchtcollege is behandeld. De uitspraken kunnen een voorbeeldfunctie hebben en dienen als leidraad voor beroepsmatig handelen in situaties die vaker voorkomen. U kunt de zaken gebruiken bij intervisie of zelf uw kennis van beroepsethiek op een bepaald gebied vergroten.
-
Alle uitspraken zijn terug te vinden op onze website en alleen zichtbaar voor leden na inloggen op de ledennet.
-
De Beroepscode voor psychotherapeuten (2018) (pdf) is een onmisbare leidraad voor het beroepsmatig handelen van iedere psychotherapeut. Door aanpassingen in wet- en regelgeving hebben we enkele wijzigingen Beroepscode (pdf) op een een rij gezet