Childhood predictors of cluster A-personality disorder traits in adolescence: a seven-wave birth cohort study
In deze grootschalige longitudinale cohortstudie werd onderzocht welke kenmerken in de kindertijd samenhangen met het ontstaan van cluster‑A-persoonlijkheidstrekken (paranoïde, schizoïde en schizotypische trekken) op 16‑jarige leeftijd. Meer dan 1.000 kinderen uit twee Noorse geboortecohorten werden vanaf 4 tot 16 jaar zeven keer gevolgd.
De resultaten laten zien dat cluster‑A‑trekken in de adolescentie al vroeg in de kindertijd voorspelbaar zijn. Belangrijke voorspellers waren onder andere toenemend vreemd of excentriek gedrag, stijgende emotionele en gedragsproblemen, hoog neuroticisme, lage consciëntieusheid, afnemend zelfbeeld en sociale terugtrekking. Daarnaast speelden persoonlijkheidstrekken bij ouders een rol, vooral bij schizotypische en schizoïde kenmerken. Sommige veronderstelde risicofactoren, zoals autismesymptomen, negatieve levensgebeurtenissen of denkbeeldige vriendjes, bleken geen voorspellende waarde te hebben.
De studie concludeert dat cluster‑A‑persoonlijkheidstrekken in de adolescentie niet plotseling ontstaan, maar het resultaat zijn van geleidelijk ontwikkelende kwetsbaarheden die al in de vroege jeugd zichtbaar zijn. Dit onderstreept het belang van vroege signalering en preventieve interventies.
- Childhood predictors of cluster A personality disorder traits in adolescence: a seven-wave birth cohort study - PubMed - Lars Wichstrøm, Hanne Grønli, Jenny Sundbø Walstad, Andrea Raballo, Elfrida Hartveit Kvarstein, Silje Steinsbekk