‘Psychiater heeft niet genoeg inspraak bij behandeling patiënt’
Psychiaters zijn ontevreden over de complexe organisatie van de geestelijke gezondheidszorg en hun rol daarbinnen. Vier op de tien psychiaters vindt de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg te groot en te complex geworden om nog persoonlijke zorg te kunnen bieden. Psychiaters vinden de wachtlijst voor behandelingen, waar zo’n negentigduizend mensen op staan, te lang.
Ook over eigen werk binnen ggz-instellingen zijn psychiaters ontevreden; de helft zegt dat hun functie is „gemarginaliseerd”, terwijl ze wel een „leidende rol” zouden willen. Dat blijkt maandag uit de ‘psychiaterthermometer’ van collectief De Jonge Psychiater, waarvoor 816 psychiaters een vragenlijst invulden.
Hoewel psychiaters zeggen „voldoening” uit contact met patiënten te halen en denken iets voor hen te kunnen betekenen, overweegt 30 procent met het vak te stoppen vanwege de manier waarop de zorg is georganiseerd. Psychiaters vinden dat ze niet genoeg inspraak hebben bij de behandelingen. In instellingen zijn psychiaters vaak nauwelijks meer betrokken bij intakegesprekken en diagnoses. Ze worden dan pas bij behandelingen betrokken als patiënten niet meer door andere hulpverleners geholpen kunnen worden – bijvoorbeeld als er dwangzorg nodig is of medicatie voorgeschreven moet worden. Ook ervaren psychiaters een „enorme bureaucratie” en vinden ze dat ze te veel tijd kwijt zijn aan administratieve taken.
- Lees hier het artikel ‘Psychiater heeft niet genoeg inspraak bij behandeling patiënt’ (NRC, 6 september 2020)
- Lees hier het artikel De psychiater wil de regie over de ggz-behandeling terug (Trouw, 7 september 2020)
- Lees hier De Psychiater: het rapport de barometer