Wachttijden ggz stabiel, maar niet voor alle diagnosegroepen
De wachttijden in de ggz zijn voor de meeste diagnosegroepen sinds november 2018 licht gedaald of stabiel gebleven. Dat blijkt uit de monitoring door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De maatregelen die zorgverzekeraars en zorgaanbieders samen nemen lijken effect te hebben. De wachttijden voor de basis ggz zijn gelijk gebleven met gemiddeld 9 weken. In de specialistische ggz zijn de wachttijden het langst voor de diagnosegroepen pervasieve stoornissen (zoals autisme) en persoonlijkheidsstoornissen.
De wachttijden in de ggz zijn een hardnekkig probleem. Patiënten hebben recht op tijdige en passende zorg. De gemiddelde wachttijd voor de behandeling van pervasieve stoornissen valt het meest op met een stijging van vier weken ten opzichte van november 2018. In maart waren de gemiddelde wachttijden voor zes diagnosegroepen hoger dan de treeknorm. NZa
NZa onderzoekt opnieuw bij zorgverzekeraars of zij zich voldoende inzetten om de wachttijden terug te dringen. Samen met de IGJ bekijkt NZa in de regio’s waar de wachttijden het langst zijn of zorgaanbieders en zorgverzekeraars samenwerken om de wachttijden terug te brengen.
Aanlevering
Een groot deel van de ggz-zorgaanbieders (ongeveer 90% van de totale omzet) levert de wachttijden aan. De beschikbare data geeft een goed beeld van de wachttijden in de ggz. Wel ervaren zorgaanbieders drempels bij het aanleveren van de wachttijden. Daarom probeert NZa het aanleveren makkelijker te maken waar dat mogelijk is.
Samen met o.a. Vektis wil NZa ook de regionale wachttijden zo scherp mogelijk in beeld krijgen en ontsluiten op de website van het RIVM en de website ‘De staat van Volksgezondheid en Zorg’.
Daarnaast is het ook belangrijk dat patiënten kunnen zien bij welke zorgaanbieder ze het snelst terecht kunnen. Patiënten kunnen daarvoor al terecht op de website 'www.kiezen in de ggz'.