Kwaliteitssystemen in GGZ hebben weinig impact
HKZ, ISO, ROM. Het zijn slechts drie van de tientallen kwaliteitssystemen die bedoeld zijn om de kwaliteit van de zorg in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) te verbeteren. Helaas worden veel systemen niet (goed) gebruikt, zijn ze onbekend of ineffectief in het beantwoorden van relevante vragen, en vaak heeft niemand het overzicht over het geheel van systemen. Zelfs de kwaliteitsmedewerker of de manager niet. Dat stelt bestuurskundige Marieke van Geffen, zelf werkzaam als manager in de GGZ, in haar promotieonderzoek. Ze promoveert op 15 mei aan de Radboud Universiteit.
We zijn doorgeslagen in het monitoren van kwaliteit. Dat is de bottom-line van het onderzoek van Van Geffen. ‘Kwaliteitssystemen hebben een betreurenswaardig lage impact’, aldus van Geffen. ‘Iedere organisatie heeft 10 tot 20 kwaliteitssystemen, van een certificering tot een klanttevredenheidsonderzoek, maar wat ze opleveren is onduidelijk. Wel kosten ze veel tijd en geld.’
Wildgroei en wantrouwen
Van Geffen deed onderzoek onder zowel zorgverleners, managers, cliënten en zorgverzekeraars. Met haar onderzoek geeft Van Geffen voor het eerst een totaal en bestuurskundig perspectief op het gebruik van kwaliteitssystemen in de GGZ. Wat ze in kaart bracht, is wat ze noemt, een ‘wildgroei aan kwaliteitssystemen, onduidelijkheid ten aanzien van rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen, wantrouwen en gevoelens van onmacht’. Problemen die gezamenlijk de werking van de kwaliteitssystemen ondermijnen.
Van Geffen bekeek in GGZ-instellingen welke kwaliteitssystemen werden gebruikt, of ze ook daadwerkelijk werden gebruikt en hoe ze werden gebruikt. Wat bleek? Veel werknemers kennen maar één tot drie van de systemen. Ook de grote mate van professionele autonomie en geringe sturing vanuit het management op de kwaliteit van de zorg belemmeren de impact van de systemen. Van Geffen: ‘Bovendien sluiten de systemen vaak niet aan op wat een zorgprofessional nodig heeft. Het is zelfs regelmatig onduidelijk waarom een bepaald kwaliteitssysteem wordt gebruikt.’
Vaak heeft niemand het overzicht over het totaal aan systemen. Ook de partijen die zouden moeten sturen op kwaliteit op basis van de uitkomsten (managers, zorgverzekeraars) weten vaak niet hoe ze de gefragmenteerde en complexe data kunnen gebruiken om verbeteringen in het systeem te bereiken. Van Geffen: ‘Ik promoveer op dit onderwerp, maar ik snap het organogram van kwaliteitssystemen vaak ook niet.’
Bron en lees meer: Radboud Universiteit Nijmegen